GEDRAGSPATROON VERMISTE PERSONEN IN DUITSLAND
Uit het Duits vertaald en gepubliceerd met toestemming van de SuchHunde Staffel Freiburg
Vertaling Petra en Kees Franken (RHWW) 

(Om het artikel te printen, kunt U de Rechter muistoets gebruiken en een printopdracht geven)

  • Bewoners van bejaardentehuizen
    Op grond van de vaak aanwezige geestelijke verwardheid komen bij deze personen de verschillendste gedragspatronen voor. De ouderdomsziekte van dat moment was doorslaggevend voor de latere vindplaats.

    Toch ontwikkelen ook personen die geen buitensporige lichamelijke inspanningen meer toebedacht kunnen worden een onverwacht uithoudingsvermogen. Vooral bij AlzheimerpatiŽnten moet met een grote actieradius rekening gehouden worden. Op grond van de ongewone lichamelijke inspanning, waarvan de vermisten zich niet bewust waren, werden ze vaak in een uitgeputte toestand aangetroffen. Problematisch was in veel gevallen de kleding van de vermisten, die vaak niet in overeenstemming was met de weersomstandigheden. In het bijzonder bij verwarde personen hadden de vermisten dikwijls alleen maar pantoffels en/of nachtkleding c.q. in zondagse kleding aan.

    Het overgrote aantal vermisten werd binnen het bebouwde gebied van het tehuis weer teruggevonden en soms zelfs binnen het bejaardentehuis. Veel oudere patiŽnten werden erg ver van het bejaardenoord teruggevonden.

    Als de vermiste erbuiten werd teruggevonden dan was er altijd een relatie tot de vindplaats c.q. tot een punt in de omgeving van de vindplaats aanwezig. Deze persoonlijke relatie vond in de regel zijn oorzaak uit het verleden van de vermiste. Het absolute merendeel werd echter op of in de nabijheid van wegen gevonden. Als de vermiste in de buurt van wegen gevonden werd dan lag deze meestal bergafwaarts.

    Voor het merendeel waren de vermisten goed aanspreekbaar en waren zich niet bewust van de situatie waarin zij zich bevonden. Ze reageerden pas dan op de opsporingsgroep als deze direct bij de vermisten waren. Op grond van ouderdomsverschijnselen kan het tot verschillende psychische reacties van de vermisten komen.

  • Mensen met zelfmoordneigingen (suÔcidalen)
    De meeste suÔcidalen werden niet midden in een onherbergzame omgeving teruggevonden maar in de nabijheid van gebouwen, in gebouwen of een weg. Met de plaats hadden allen een persoonlijke relatie.
    Daarom moet ingeval van zelfmoord in de eerste plaats de huiselijke omgeving incl. alle aangrenzende gebouwen (ook van binnen) afgezocht worden, evenals jachthuisjes, schuilhutten, kappellen enz. waarmee de vermiste een relatie had. Bij het terugvinden van suÔcidalen in de omgeving van religieuze objecten is het aantal levend teruggevondenen opvallend hoog.

    Ondanks het feit dat velen weliswaar ver verwijderd van het punt waarop ze voor het laatst gezien waren werden teruggevonden, bleek er ook hier een relatie tot de vindplaats te zijn. Dit kunnen plaatsen van een uitstapje, bijzondere wandelplekken, landschappelijk mooie gebieden enz. zijn.

    De afstand tussen de weg en de vindplaats bedroeg in de regel niet meer dan 50 meter. Dit punt was vanaf de weg soms niet te zien. Opvallend daarbij is dat de personen niet door struikgewas/kreupelhout trokken om op deze plaats te komen. Het punt bood allen een zekere bescherming. Zij het dat deze niet toegankelijk was en zij er naar binnen konden kruipen of dat vandaar uit een voor hen aangenaam uitzicht mogelijk was. Er werd in bijna alle gevallen een comfortabele plaats om te liggen uitgezocht. De vindplaats lag in het merendeel van de gevallen bergopwaarts van de weg af. Als de suÔcidaal dennenaanplant opzocht dan werden zij in de regel niet meer dan 10 meter verwijderd van de rand van de beplanting teruggevonden.
    SuÔcidalen reageren vaak niet op opsporingsteams. 

  • Geestelijk gehandicapte personen
    Deze personengroep reageert dikwijls met angst op de opsporingsgroep en reageert alleen op het geroep van de opsporingsgroep. Vooral op de honden reageren veel gehandicapten met angst of agressie.
    Het merendeel werd niet in de buurt van wegen teruggevonden maar in hutten, loodsen/schuurtjes, struikgewas, beplanting enz. Hierin hadden zij zich soms al dagenlang opgehouden.

    Als zij van een tehuis verwijderd waren dan werden zij binnen een actieradius van 5 tot 8 km terug gevonden, echter altijd in een geschikte bergplaats. Als hun verdwijning plaatsvond tijdens een wandeling dan werden zij meestal teruggevonden bij vestingmuren, berm/glooiing, holle wegen enz.

  • Jagers, boeren, verzamelaars enz.
    In principe kan men er bij deze personen vanuit gaan dat hen het gebied bekend is en dat hun kleding overeenkomt met het weer op het tijdstip van hun verdwijning.
    Als een ongeluk niet voor de hand liggend is, dan moet men rekening houden met een zeer groot zoekgebied. Vermisten uit deze groep werden in meerderheid niet in het bereik van wegen gevonden. De zoekradius bedroeg tot 15 km. Een gedragsschema kon in meerdere gevallen niet vastgesteld worden. Op grond van altijd groter wordende desoriŽntatie bij pogingen bekend gebied te bereiken en de daarbij gepaard gaande altijd verdere verwijdering van het punt waarop ze het laatst gezien zijn, lag de vindplaats vaak zo ver verwijderd, dat de vermiste meestal te laat gevonden werd.

  • Slachtoffers van een schock
    Het merendeel van de schockslachtoffers bij ongevallen werden in de nabije omgeving van de plaats van het ongeval (500-800 m) teruggevonden. Zij waren in de regel niet bewust aanspreekbaar en reageerden verschillend op honden. Op grond van hun verwondingen was meestal behandeling door een arts dringend noodzakelijk.

  • Sporters, joggers, ruiters enz.
    Het merendeel van de vermisten werd aan of op de weg gevonden. Als de vindplaats aan wegen lag, was dat meestal bergafwaarts of dichtbij de weg (tot 20 meter van de weg verwijderd).

    Meestal was een ongeluk bij deze personengroep de oorzaak. Al naargelang de actieradius tot nu toe moest de zoekactie dienovereenkomstig uitgebreid worden.

  • Kinderen tot 3 jaar
    Op grond van hun beperkte actieradius en het nog buitensporig sterk ingeprente oriŽnteringsvermogen worden deze kleine kinderen in de regel zeer dichtbij het punt gevonden waarop ze het laatst gezien zijn. In de regel worden deze kinderen binnen een radius van 500 m vanaf het laatste verblijfplaats gevonden. Indien de vindplaats meer dan 500 m bedroeg dan was meestal een ongeluk de reden van deze verdwijning. 

    Vaak werden ze slapend aangetroffen. Om te slapen hadden zij zich in of onder iets verstopt, dat voor hen de indruk wekte van bescherming.

    Binnen het bereik van gebouwen waren dit vooral kasten, onder bedden, manden, tuinhuisjes, loodsen/schuurtjes enz. Buiten dit bereik, struiken, bomen met afhangende takken, kuilen, parkbanken, tafels enz. Echter waren en ook ongewone vindplaatsen tengevolge van een ongeluk zoals schachten, buizen enz.

    Het gevaar van onderkoeling is bij kinderen van deze leeftijdsgroep zeer groot.

  • Kinderen tot 5 jaar
    Hierbij moet men rekenen met een actieradius van meer dan 1 km.

    Zij waren er zich meestal van bewust dat ze verdwaald waren en probeerden de weg terug te vinden. Het merendeel werd op wegen teruggevonden, maar niet onvoorwaardelijk in de richting van het punt waarop ze het laatst gezien waren.

    Als de kinderen vanuit hun woonhuis verdwenen dan werden zij in de regel binnen 2 ŗ 3 uur teruggevonden (behalve in geval van ongelukken of misdrijven). Vaak hadden de kinderen vooraf verteld wat hen in de nabijheid als 'nieuwe' interesseerde en werden ook in de richting van het object gevonden waarvoor ze zich interesseerden. Vaak waren het allerlei dieren of nieuwe grote machines in de naaste omgeving.

    Verdwaalden kinderen tijdens een wandeling dan werd het merendeel van hen binnen een radius van 3 - 5 km teruggevonden. Zowel op wegen als velden begaven de kinderen zich meestentijds bergafwaarts.

    Om te slapen werden net zoals bij de kinderen tot 3 jaar plaatsen opgezocht die bescherming boden, waarbij hier echter stelliger naar plaatsen gezocht werd die daadwerkelijk bescherming boden (kreupelhout/struikgewas, beplanting, hutten enz.) 

  • Schoolgaande jeugd
    Doorslaggevend voor de latere vindplaats was meestal de oorzaak van de verdwijning. Als eerste moet worden onderzocht of in de laatste tijd er een oorzaak voor het weglopen gevonden kan worden. Zijn deze aanwezig, dan moet men er rekening mee houden dan kinderen in deze leeftijdscategorie niet op geroep van opsporingsteams reageren. Vaak zijn echter de honden een schakel voor de vermisten om zich waarneembaar te maken.

    Op grond van hun lichamelijke ontwikkeling moet rekening gehouden worden met een actieradius van meer als 8 km. Als ze tijdens een wandeling verdwenen, dan bevonden de meesten zich verderop bergafwaarts of op gelijke hoogte. Vaak werden wegen of andere natuurlijke feiten/objecten of hindernissen benut om zich te oriŽnteren. Het terugvinden van deze groep van vermisten vond zowel plaats binnen het bereik van wegen als in velden.

  • Wandelaars
    Vermisten uit deze groep werden vaak ver verwijderd gevonden vanaf het punt waarop ze voor het laatst gezien werden. Vaak probeert deze groep ook in de nacht de weg terug te vinden. Op grond van hun persoonlijke uitrusting waren hun overlevingskansen meestal goed.
    Voor oriŽntering werden in de regel wegen, beek- of rivierbeddingen/lopen benut.
    Ongeveer 1/3 probeerde dwars door de velden de terugweg te vinden. Het merendeel van de vermisten begaf zich daarbij bergafwaarts of bleef op gelijke hoogte.
    In geval van een ongeluk dan bevond de vindplaats zich in de regel bergafwaarts.
    In de regel proberen vermisten uit deze groep zich herkenbaar te maken voor de opsporingsgroep.

                                                         


Page published by

Updated: 22-jul-2001.
ēHome RHWW ē