STRESS EN HET HANTEREN VAN STRESS,
BIJ DE INZET VAN REDDINGSHONDEN
Door Dipl. Psych. Marion-Vera Eckey, Dr. Siegfried Kštsch. 

Uit het Duits vertaald en gepubliceerd met toestemming van de RettungsHunde Staffel Bielefeld 
Vertaling Petra en Kees Franken (RHWW) 

(Om het artikel te printen, kunt U de Rechter muistoets gebruiken en een printopdracht geven)

	Inhoud 
	1) Inleiding
	2) Wat is stress
	3) Stress tijdens de inzet
	4) Gedragsprofiel voor personeel dat ingezet wordt
	5) Samenvatting

1)  Inleiding

Gasexplosie, instorting van een flat.
Reddingshond Sam heeft het helemaal gehad. Zijn vacht is door en door nat. Naast hem op de grond zit zijn begeleider GŁnther K. op zijn hurken. De vermoeienissen van de inzet van de afgelopen nacht zijn van zijn gezicht af te lezen. Daarmee had hij met de goed geplande inzet geen rekening gehouden.

De zoekwerkzaamheden verlopen in eerste instantie optimaal. Twee teams van de reddingsgroep hebben in de puinhopen vermisten gevonden, die ook geborgen konden worden. Maar naar uitspraken van de buren bevonden zich op het moment van de catastrofe nog meer personen in het huis. Bijzonder tragisch: daaronder bevinden zich 2 kleine kinderen.

Dit bericht drijft de zoekactie koortsachtig voort. De redders mobiliseren hun laatste krachten. Voortdurende regen, kilte, lawaai, chaos en slaapgebrek bemoeilijken het reddingswerk. De honden en begeleiders geven hun uiterste en gaan keer op keer terug naar de puinhopen.

Plotseling een teken! Sam blaft opgewonden en graaft wild in het puin. Het brengt hen bij het slachtoffer. Met blote handen beginnen GŁnther en zijn vriendinnen en vrienden de brokken opzij te ruimen. Schijnbaar is hun zoektocht met succes bekroond. Overig personeel van brandweer en THW bergen behoedzaam een klein lichaampje.

Na enige hoopvolle momenten komt de gruwelijke realiteit: het kind stierf nog op de plaats van inzet.

GŁnther K. heeft al veel meegemaakt. Dat is niet zijn probleem. Maar dat beeld van het dode kind, de vruchteloosheid van zijn werk, zal hem nog lang bezighouden, ja achtervolgen.

Bij een inzet worden hondenbegeleiders, helpers, inzetleiders en het gezamenlijke personeel van hulporganisatie (Rode Kruis, THW) met een overvloed aan vragen en informatie geconfronteerd, die het persoonlijke verwerkings- en oplossingsvermogen kunnen overbelasten. Langdurige inspanning, gevoelens van irritatie, kritische situaties, psychisch belastende gebeurtenissen noemt men oorzaken van stress die bij de betrokken helpers (en de slachtoffers) stress veroorzaken. Dat geldt niet alleen voor de mensen, maar ook voor de ingezette reddingshond. 
Bij de hond zelfs op 2 manieren:
elke inzet betekend voor de speurhond zelf stress, maar hij voelt ook de stress van zijn begeleider. Hij kan het gewoonweg ruiken en dat beÔnvloedt ook zijn zoekstrategie. Hij wordt onrustig, gejaagd, luistert niet meer naar de bevelen van de begeleider en kan daardoor zichzelf en de begeleider in onnodig gevaar brengen.

 

2) Wat is stress?

Met stress is in de eerste plaats niets anders bedoeld dan een poging van het organisme zich op kritische situaties in te stellen en die te aan te kunnen. Eerst word door speciale veroorzakers van stress (b.v. lawaai, chaos) een alarmreactie op gang gebracht. Lichaam en geest proberen zich door tegenregulatie aan te passen. Een zekere mate van stress is ook noodzakelijk om zich in een gevarenzone aan te passen. Na een stresssituatie zijn de betrokkenen min of meer uitgeput. In hoeverre de verwerking lukt hangt naast werkelijke gegevens af van het persoonlijke oplossende vermogen. Of iemand een situatie, of een gegeven, als stressvol ervaart is vaak afhankelijke van de individuele inschatting van de betrokkene. Wat voor de ene stress betekent is voor de andere nog normaal.

Stress bestaat dus uit omgevingsprikkels verschillend van kwaliteit en intensiteit en de tegenstelling tussen waargenomen feiten en subjectieve mogelijkheden.

Het verloopt in 3 fasen:
- alarmreactie
- tegenregulatie (verwerkingspogingen) en
- uitputting

Hoe men met stress omgaat is afhankelijk van de individuele ervaring en oplossingsstrategie.
Het 'stressprogramma' loopt automatisch af en wordt door vegetatieve en hormonale processen gestuurd (adrenaline-, noradrenalineuitstoting)

Stressreacties zijn herkenbaar in 4 reaktievlakken:
- het vegetatieve vlak (b.v. stijging bloeddruk, zweten)
- het musculaire vlak (trillen, verkramping rug)
- het cognitieve vlak (gedachtenblokkering, concentratieproblemen)
- het emotionele vlak ( angstgevoelens, stemmingswisselingen)

Gevoelsmatige reacties reiken al naar gelang van de persoonlijke omstandigheden en omgevingssituaties van "zich opgeŽist voelen", over "nervositeit" tot aan het gevoel van "bedreiging/paniek". Constante, massieve prikkeling laat geen ontspannen meer toe en leid tot vernauwing van het waarnemingsvermogen en de informatie verwerking. Leer en denkvermogen verslechtert. Bij emotionele stress is naast het geestelijke evenwicht het handelingsvermogen ingekrompen. Lichamelijke en psychische symptomen treden op, de frustratie tolerantie neemt af. Onder constante druk word de tegenreactie bemoeilijkt en verminderd het aanpassingsvermogen, hetgeen weer tot meer stress leidt. In deze duivelscirkel worden een effectieve stressgenezing evenals de optimale oplossing van de actuele problemen verhinderd.

 

3)  Stress tijdens de inzet

In de actuele situatie werken meestal niet gecalculeerde externe condities en psychologische belasting in op het ingezette personeel en de reddingshonden.

Concrete situatie zijn bijvoorbeeld:
- gebeurtenissen of situaties die men niet verwacht, ontstaan (b.v. 2e aardbeving)
- voortdurende storingen in de geplande afloop
- gebeurtenissen en situaties die verwacht werden en niet gebeuren (b.v. frustratie door uitblijvend succes, hoewel er goed gewerkt word)
- werken onder tijdsdruk
- werken onder belastende weersomstandigheden (b.v. hitte, koude, regen, lawaai, vuur, moeilijk terrein)
- chaos, snel wisselende eisen
- psychische bovenmatige inspanning, slaaptekort, langdurige belasting zonder pauze
- diversiteit aan problemen (combinatie van verschillende eisen)
- traumatische situaties, die buiten de gewone ervaring van de persoon liggen (b.v. doden, verminkten worden gevonden)
- probleemoplossingsstrategiŽn zijn niet toepasbaar (onoplosbare problemen, geen overzicht meer in de situatie, flexibiliteit wordt vereist)
- onduidelijke werkeisen (te weinig informatie)
- hiŽrarchische conflicten in het team (geen duidelijke leiding)
- communicatieproblemen in de groep
- onbekwaamheid stress af te bouwen, ook bij de hond (falende oplossingsstrategiŽn)
- onmacht- en hulpeloosheidgevoelens (voortkomend uit niet-slagen)
- onduidelijke en/of elkaar tegensprekende commando's van de begeleider aan zijn hond

Voor het onder dergelijke belastingen tot lichamelijke en psychische storingen komt, worden stresstypische waarschuwingssignalen getoond:

a. Overactiviteit
Chaotisch werken, luid en snel spreken, ondoordacht handelen, gebrekkig rekening houden met belangrijke informatie

b. Terugtrekking, stoppen
Helpers gaan in hun gedachten of in werkelijkheid 'uit de situatie'; vermijden van belastende situaties; vermijden van de eigenlijke opgave ten gunste van ontspannende, maar onbelangrijke bezigheden; gedeeltelijk stereotiep zelfrustgevend gedrag (krabben, spelen met kleding of uitrusting)

c. Toename van fouten
de reddingswerker verliest het overzicht; informatie wordt niet goed benut; gedragsalternatieven worden over het hoofd gezien; uitputting leidt tot foute beslissingen

In staat zijn om met moeilijkheden om te gaan, een vooruitziende blik, constructieve zoekprocessen naar oplossingen zijn niet meer mogelijk, het denken en handelen wordt eenrichtingswegkeer, risico's worden verkeerd ingeschat. Conflicten, foute beslissingen en zelfs ongevallen zijn hiervan het gevolg.
De hond toont overslaand gedrag: hij zoekt niet meer, maar rent misschien wat heen en weer, blaft zonder aanleiding, begint gras te eten, eist te willen spelen met de begeleider enz.

 

4)   Gedragsprofiel voor personeel dat ingezet wordt.

In principe moeten inzetleider, hondenbegeleider, hond en helpers in staat zijn, hun specifieke vaktechnische opgaven te vervullen. Naast zoekwerkzaamheden als kennis en omzetting van andere opleidingsfacetten (puinhopen, eerste hulp, kaart/kompas, mobilofoon enz.), moeten de teams met andere organisaties onder vaak extreme omstandigheden samenwerken. 

Hoe zijn reddingshondengroepen er op voorbereid flexibel op kritische situaties te reageren?
Hoe kunnen ze daarbij geroutineerd handelen en de rust bewaren?
Hoe zijn ze erop voorbereid, met collega's en slachtoffers onder stress adequaat en zeker om te gaan en de stress weer tot normaal niveau af te bouwen?

Om dit alles aan te kunnen is een gedegen voorbereiding op zulke situaties onontbeerlijk. Dit houdt eenmaal duidelijke basisvoorwaarden in tot andere maatregelen in de drie fases van de inzet:
- voorbereiding
- inzet
- evaluatie

Basisvoorwaarden zijn:
- goede vaktechnische kwaliteit (geeft zekerheid) 
- geestelijke en lichamelijke fitheid
- routine door oefening in het omgaan met kritische situaties
- waarheidsgetrouwe opleiding (de reŽle situatie als standaard)
- beheersen van stressreductietechnieken

Fase 1
Bij de voorbereiding op de inzet letten op:
- mentale voorbereiding (uiteenzetting van de te verwachten situatie)
- precieze instructie van de inzetleider
- verdeling van taken naar mogelijkheden (geen onder- of overschatting van personen)
- vertrouwensvolle, collegiale sfeer

Fase 2
Bij de inzet letten op:
- systematische handelswijze (structuur, zekerheid)
- overzicht verschaffen (correcties van beslissingen)
- goede informatie- en communicatieafloop
- onderlinge mondeling zekerheid doorgeven 
- ondersteuning ('dat kun je wel')
- duidelijke commandostructuren
- doelgericht handelen
- positieve zelfinstructie ("ik blijf rustig", "ik ga systematisch te werk")
- positieve instructie van de hond (met de hond praten, spelen, lichaamscontact)
- inlassen van pauzes en goede verzorging

Fase 3
Maatregelen na de inzet:
- 'inzetrituelen' bij begin/einde
- nabespreking inzet (vaktechnisch, zakelijk, opbouwende kritiek, lof)
- uitspreken over belastende gebeurtenissen bij de inzet ( belevenis georiŽnteerd, ontchaossen van het beleefde, serieus nemen, actief toehoren, geen waardeoordelen)
- aanbod zich te ontspannen (b.v. autogene training)
- verzorging van de lichamelijke behoeften (eten, slapen)
- mogelijkheid tot persoonlijke gesprekken met professionele raadgevers (artsen, psychologen)
- voor de hond: rust, naar de auto brengen, water geven, spelen, lichaamscontact, praten

5)  Samenvatting

Gesteld kan worden dat het zinvol is een preventieve anti-stress training te houden zodat daarmee een antistress-vaccinatie plaatsvindt. Gedurende de inzet moeten de mogelijkheden en grenzen van de deelnemers aan de inzet en de reddingshonden door de inzetleider voortdurend gecontroleerd worden. In risicosituaties is het op tijd registreren van stressgedrag noodzakelijk om de daardoor getroffen reddingshondenteams tijdelijk uit de inzet te nemen. Het afstand nemen van de situatie geeft de mogelijkheid stress af te bouwen, niet alleen voor de hondenbegeleider, maar ook voor de hond.
                                                              


Page published by

Updated: 22-jul-2001.
ēHome RHWW ē