Speurhondengroep uit Westervoort stoot neus bij overheid voor subsidie nieuw onderkomen.

Het begon allemaal in 1988, toen een paar wandelaars uit Westervoort bij Arnhem elkaar bijna elke avond langs de IJssel tegen kwamen als ze hun honden uitlieten. “Eigenlijk zouden we wat meer met onze honden moeten doen,” opperde iemand.

Nu – veertien jaar later – is de Reddingshonden Werkgroep Westervoort een internationaal befaamd instituut. In die periode werden tachtig vermisten opgespoord in binnen- en buitenland.

De Westervoortse werkgroep bestaat uit 41 vrijwilligers, die al hun vrije tijd en veel geld in hun menslievende werk steken. De uiterst professioneel werkende groep wil nu een eigen gebouw, zodat al het materiaal er kan worden opgeslagen en er een trainingscentrum voor de honden kan worden ingericht. Maar er is geen geld en de overheid weigert hen tot nu toe elke financiële steun.

En dat terwijl de politie regelmatig de hulp inroept van de hondengeleiders uit Westervoort.

REDDERS IN NOOD!        

Door Ron Couwenhoven,                  
WESTERVOORT, Zaterdag 13 juli 2002                   

Admiraal Nuno G.V. Matias, de chef-staf van de Portugese marine kwam woorden tekort, toen hij in het voorjaar van 2001 tijdens een bliksembezoek aan Nederland in Den Haag een ere-plaquette en een cheque van 5000 gulden overhandigde aan Louise Smits en haar medewerkers van de Reddingshonden Werkgroep Westervoort. Het was volgens de admiraal maar een klein gebaar tegenover de enorme dienst, die de Westervoortse groep had bewezen aan zijn land en de inwoners van het zwaar getroffen dorpje Castello de Paiva aan de rivier de Douro.

Foto Wim Hofland, Dagblad De Telegraaf.

Op 4 maart van dat jaar was de brug over de rivier ingestort, terwijl een bus met 67 inwoners van Castello, die een dagje uit waren geweest, er net overreed. De inzittenden waren kansloos in het woest kolkende water en ondanks enorme inspanningen was de Portugese marine er na veertien dagen niet ingeslaagd de bus met nog 61 vermiste slachtoffers te vinden.

“Toen werden wij via het Arnhemse bedrijf Marine Construct, dat door de Portugese overheid al was ingeschakeld in het rampgebied, gevraagd met onze honden te komen,”zegt Louise Smits (48) uit Westervoort. “De rivier bleek zeer snel stromend te zijn. Duikers konden er eigenlijk niets doen, omdat dat te gevaarlijk was. Er waren al lichamen aan de kust, tientallen kilometers verderop, gevonden. De bergen langs de Douro stonden stampvol wanhopige mensen, want moet je je voorstellen: 67 mensen waren zomaar weg gerukt uit een kleine gemeenschap, waarin iedereen elkaar kende of familie was.”

Razendsnel
Maandag 19 maart startte de Westervoortse delegatie met zeven man en vier honden hun zoekactie. Twintig minuten na het begin van de start van de zoekactie met de honden, reageerde Sandor, de hond, die in een rubberboot over de rivier werd gevaren. Kort daarop volgde een tweede reactie, zodat er zekerheid was dat er een lichaam in het water lag. Zo kon razendsnel de plaats bepaald worden waar de rampbus lag en met de moeilijke berging begonnen worden.

De zeven leden van de Westervoortse groep werden overstelpt met dankbetuigingen en ontvingen allemaal de erepenning van Castello de Paiva. Admiraal Matias voegde de dank van zijn regering en de Portugese marine er een paar maanden later tijdens de ontmoeting in Den Haag aan toe.

De dank van de Portugezen staat in schril contrast met de steun, die de Nederlandse overheid aan de groep geeft. De werkgroep, die uit 41 vrijwilligers uit het hele land bestaat en de beschikking heeft over 23 honden, een eigen duikteam en alpinisten, wil graag een eigen gebouw, zodat het her en der in het land opgeslagen materiaal bijeen gebracht kan worden en er sneller uitgerukt kan worden als er weer een noodkreet binnen komt. Bovendien kan dit pand dan gebruikt worden als trainingscentrum voor honden en begeleiders. De opleiding, die drie jaar vergt via wekelijkse trainingen in weer en wind wordt door eigen mensen gegeven.

Inmiddels is er in het nabij Westervoort gelegen Duiven een geschikt terrein gevonden en is de firma Huybregts Systeem en Bedrijfsgebouwen uit het Brabantse Bladel, die tal van McDonalds en McDrive vestigingen in Nederland bouwde, bereid één van zijn prefab-gebouwen tegen een zeer schappelijke prijs te leveren.

“Maar alles bij elkaar gaat dit toch zo’n 150.000 euro vergen,” zegt de 45-jarige Leo Vroon, een rijksambtenaar, die al vanaf het begin lid is van de werkgroep. “En dat gaat ver boven onze begroting. Wij zijn vrijwilligers en betalen onze kosten zelf. We krijgen onmisbare steun van een aantal bedrijven en soms zijn er donaties. Als we buiten Nederland worden ingezet worden de kosten door reisverzekeringen gedekt.”

Toen een jaar geleden de plannen voor een eigen onderkomen meer gestalte kregen, werd de werkgroep in een stichting ondergebracht en werden de eerste pogingen gedaan om subsidie te krijgen. Men klopte eerst aan bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Tenslotte werd de inzet van de werkgroep met regelmaat gevraagd door allerlei politie-korpsen in het land, die zich geen raad wisten met mysterieuze vermissingen en betaalden de leden van de werkgroep ook in die gevallen altijd hun eigen kosten.

“Wij kunnen niets voor u doen, U moet bij de gemeente Westervoort zijn,” wisten de ambtenaren in Den Haag onmiddellijk.

Toen in de eigen gemeente werd aangeklopt, klonk het: “U werkt meestal over de gemeentegrenzen. U moet bij de provincie zijn.”

Dus zochten de hondengeleiders contact met de provinciale overheid in Gelderland. Ook hier bleek men het afpoeieren tot in de perfectie te beheersen: “Uw leden komen ook uit Zeeland, Groningen en Noord-Holland. U moet dus niet bij ons zijn. Dit is typisch iets voor het ministerie van Binnenlandse Zaken.”

“En zo was het cirkeltje rond,” zegt Leo Vroon, die zelf voor het ministerie van Financiën werkt. “Het is wel wrang. Iedereen prijst ons werk, maar nu wij eens wat steun nodig hebben, stoten we overal ons neus, terwijl het toch om een belangrijke zaak gaat. Iedereen in Nederland kan zo maar geconfronteerd wordt met een vermissing in zijn familie en dan zij wij maar al te vaak de laatste strohalm.”

Zo werd de groep nog maar kort geleden op de Gooise hei ingezet in een gebied dat al haarfijn was uitgekamd met behulp van een ME-peloton. Resultaat: de Westervoortse honden vonden de vermiste man prompt terug op een vrijwel onmogelijke plaats. Ook nog maar kort geleden kreeg Louise Smits een noodtelefoontje uit Giesbeek bij Doesburg. Er werd een vrouw vermist, maar haar fiets was gevonden.

“Wij erheen. We lieten onze honden los en vrijwel onmiddellijk werd de vrouw gevonden. Ze lag in erg hoog gras op nog geen tien meter van haar fiets. Ze leefde nog, hoewel haar hartslag al bijzonder laag was. De GGD-ers slaagden er in haar na een lange reanimatie in leven te houden,” vertelt Louise, die een eigen zaakje in bloemschikken heeft, een dag per week in een damesmodewinkel in Arnhem werkt en één keer in de veertien dagen assistentie verleend aan het TROS tv-programma Vermist.

De succesvolle zoekactie bij Giesbeek leverde emotionele momenten op, want het was het eerste vermissingsgeval in veertien jaar, waarbij de honden de gezochte nog levend aantroffen.

Daarvoor werden tachtig andere vermissingsgevallen over de hele wereld opgelost, maar altijd werden de gezochte personen dood aangetroffen. Vaak in onherbergzame gebieden.

“Wij moeten wel duidelijke aanwijzingen hebben over het gebied, waar de betreffende persoon is verdwenen,” zegt Leo Vroon. “Bovendien waarschuwen we de familie altijd dat onze inzet nog geen garantie voor succes is.”

Zo zocht het team tevergeefs naar de vrachtwagenchauffeur Ronald van Wolferen, die voor het laatst gezien werd bij het Witrussische Smolenk. Hij vervoerde een lading aanstekers. Zijn truc werd uitgebrand terug gevonden op 150 kilometer van Smolensk. Zijn oplegger werd gezien in een havenstad in Litauen, maar de chauffeur uit Beneden Leeuwen is tot op heden spoorloos.

“In principe zoeken wij in het buitenland altijd vijf dagen,” zegt Louse Smits. “Dat moet voldoende zijn. Maar lang niet altijd hebben wij succes. Dan is het heel moeilijk om zonder resultaat terug te komen, want we weten dat de achterblijvers al hun hoop op ons hebben gevestigd.”

Maar de Westervoorters zijn geen mensen, die zomaar opgeven. Dat bleek wel in het geval van Marion van Buuren en haar dochtertje Romy. De achttienjarige Bergense blondine verdween op 8 juni 1997 samen met haar elf maanden oude dochtertje spoorloos. Haar Turkse vriend Okan O., een zware crimineel,  die moeder en dochter op die zondagmiddag mee nam in zijn auto, werd verdacht de hand te hebben in dit geruchtmakende verdwijningsdrama. Hij stierf een jaar later aan kanker en nam zijn geheim mee in zijn graf, terwijl de politie wist dat hij zich bij Breezand op de Afsluitdijk herhaaldelijk erg vreemd had gedragen.

De Westervoortse reddingshonden werden niet minder dan dertien keer ingezet bij zoekacties naar Marion en Romy.

“We staan in deze zaak voor het grootste raadsel uit ons bestaan,” zegt Louise Smits. “Verschillende van onze honden hebben op de Afsluitdijk bij Breezand aan de kant van de Waddenzee onafhankelijk van elkaar duidelijke reacties gegeven. Altijd was dat een aanwijzing dat er een lichaam in het water lag. Ze reageren namelijk op de geur van lichaamsmoleculen, die elk mens heeft. Op sonarscans van de marine werd ook een pakket van zo’n 1 meter 80 lang, 40 centimeter breed en 35 centimeter hoog gelokaliseerd, maar duikers hebben dit pak nooit kunnen vinden. En toch moet er iets gelegen hebben.”

De enorme inzet van de medewerkers dwingt overal respect af, maar nu heeft de groep dus zelf dringend hulp nodig. De hoop op wat subsidie van de overheid hebben de Westervoorters eigenlijk al laten varen.

“We richten ons nu op het bedrijfsleven en we hopen dat er mensen zijn, die ons als donateur willen ondersteunen. Elk bedrag is welkom en wie 23 euro stort krijgt zes keer per jaar onze nieuwsbrief,” zegt Leo Vroon. “Op subsidie rekenen we niet meer. We hebben honderd instellingen aangeschreven. Van twee kregen we antwoord en één daarvan zond ons honderd gulden. Dat was net genoeg om de postzegels van die actie te betalen.”

Ook werd de groep geconfronteerd met een gemeente-ambtenaar in Westervoort, die hen pijlsnel voor rekende hoe zij hun werkgroep zonder overheidssteun gemakkelijk draaiend konden houden.

“Hij bracht ons volledige bezit in kaart, hield een afschrijvingstermijn van vijf jaar aan en kwam zo tot een eindbedrag, dat wij bij iedereen, die onze hulp inriep, in rekening moesten brengen,” zegt Vroon. “We stonden perplex. Dat zou immers betekenen, dat een bijstandsmoeder van wie een zoon of dochter vermist was, onze hulp niet meer zou kunnen krijgen, omdat die voor haar onbetaalbaar zou zijn. We hebben die man alleen maar gezegd:  ‘Wij helpen iedereen. Rijk of arm. Dat maakt niets uit.’”

 

* De Stichting Reddingshonden Werkgroep Westervoort geeft uitvoerige informatie over zijn werkzaamheden via de internet-website www.reddingshonden.nl